De Belgische Herder

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home Geschiedenis Verdediging tot Begeleiding

Van Verdediging tot Begeleiding van de Schapen


Reeds van bij het begin van de Antieke Oudheid, werd de hond ingezet voor het bewaken van de kudden. De honden van de eerste herders waren veeleer verdedigers dan bewakers van de kudde. In vorige eeuwen, toen de wolven de Europese bossen nog bevolkten, (zoals, gedurende de zeer strenge winter van 1242, de honger de wolven uit hun schuilplaats wegdreef en deze tot aan de poorten van de stad Gent kwamen), bestond de functie van de herdershond, die toen groter en zwaarder van type was dan diegenen die we nu kennen, vooral in het beschermen van de kudde tegen de aanvallen van de roofdieren. Deze rol van verdediger is belangrijk gebleven, de rol van begeleider komt pas op de tweede plaats, aan gezien de schapen toen over een groter en minder verdeeld terrein beschikten dan nu het geval is.
Het waren de weiden begrensd door het bos die dienst deden als slagveld voor de in het nauw gedreven wolf die zijn jacht territoria zag slenken door de beschaving van de mens. Hij ontzag zich dan ook niet om zich in zijn behoeften te voorzien door nu en dan eens een lam of een schaap weg te nemen. Ten einde in de beste omstandigheden te weerstaan, waren de honden gewapend de honden gewapend met dikke lederen halsbanden voorzien van stevige spijkers of soms met "gorgerins": metalen halsbanden met scherpe punten, die de wolven tijdens een aanval verwonden. Tijdens de regering van Karel de Vijfde, meerbepaald van 1538 tot 1557, werden 42 wolven gedood in het Zoniënwoud, waar de wolf eertijds veelvuldig voor kwam. De staart "Wolvengracht" te Brussel dankt zijn naam aan de aanwezigheid van een bron waar de wolven hun dorst kwamen lessen. De wolf werd in geheel de Ardennen aangetroffen en ook in het Hertogenwald, gelegen tussen Verviers en de Duitse grens. Later, toen het gevaar van de wolven bijna was verdwenen in onze streken ten tijde van de 19e eeuw, (de laatste wolf in België werd gedood in 1847, in de omgeving van de Barrière van Champlon in de Ardennen, op korte afstand van St-Hubert) waren de herdershonden nog steeds gewapend met dergelijke halsbanden wanneer de kudden werden aangevallen door zwervende of halfwilde honden.
Er werd eveneens vastgesteld, dat de honden die hetzij bij de oren, hetzij bij de staart werden verwond tijdens deze gevechten, minder goede vechters bleken zodat de herders besloten tot het weghalen van deze lichaamsdelen die zo kwetsbaar waren. Daardoor  werden de actiemogelijkheden van de hond, aangesteld tot bewaker  en verdediger van de  kudde, uitgebreid.De schapen werden vanaf de 17e eeuw bewaakt zoals we dat vandaag kennen. Door de uitsterving van de wolven, maakten de herders gebruik van andere hondenrassen (die we later zullen beschrijven) en daar waar de herders vroeger voor de kudde liepen, zien we ze nu leunend op hun staf, vertrouwend op de honden die ze bevelen geven via de stem, een fluitje of een gebaar. Het voortbestaan van de herdershonden (herder komt van het Latijnse woord "berbix" wat wil zeggen schaap), is van een vrij recente oorsprong. Het is de Franse Revolutie die de evolutie heeft versneld. De verbrokkeling van de eigendommen heeft een steeds meer nauwgezette bewaking vereist. Sinds de moderne tijd, bestaat de voornaamste taak van de herdershond in het begeleiden van de schapen en het verhinderen dat ze te dicht bij de bebouwde akkers komen die langs de weg zijn gelegen en binnen de grenzen van de steeds kleiner wordende weilanden blijven. De mens heeft de hond moeten opleiden voor dit voortdurende komen en gaan om deze nieuwe taak te kunnen uitvoeren. Deze gewoonte is langzamerhand erfelijk geworden. Het is daarom dat de  herdershond tijdens de wandeling voortdurend rond zijn meester draait, zelfs wanneer deze helemaal alleen is.Gedurende lange tijd, werkten de hond, bestemd voor het begeleiden van de kudde, en een andere hond waarvan de belangrijkste taak het verdedigen van de kudde was tegen de nog steeds talrijke gevaren, zij aan zij.
Deze honden zijn van een totaal verschillende type, zowel wat de vorm als de intelligentie betreft. Aangezien de wolven zijn verdwenen, zijn de taken van de herdershond teruggebracht tot het bewaken en begeleiden van de kudden.

De hond van het zware type, (dogachtig type) de dappere verdediger van de kudde en de boerderij, robuust en gehard, vrij groot, met sterke poten en een krachtig gebit, was niet meer nodig.
Men verkoos een ietwat lichter type (wolfachtig type),
beweeglijk, onvermoeibaar, geschikt om te gehoorzamen en
opdrachten uit te voeren voor deze delicate taak, voorzien van intelligentie en met sobere behoeften.Het waren bijna overal deze met rechte spitsoren en een wolven muil.
In de Pyreneeën, bestaan de twee types nog steeds: de Pyreneese herdershond -de kleinste van de Franse herdershonden-, volledig aangepast aan het bergachtige milieu en de Pyreneese Berghond, stevig in mekaar gezet, vroeger belast met de nachtelijke bewaking van de kudden.
De Tatra uit Polen, de Kuvasz uit Hongarije, de Cuvac uit Tsjecho-Slowakije, de Charplaninatz uit Joegoslavië en de Maremme uit Italië vervullen gelijkwaardige taken als de Pyreneese Berghond. De gewoonte die men toen had om de oren en staart van de herdershond weg te halen is beetje bij beetje in onze omstreken verdwenen.
Vanaf de Oudheid tot het begin van deze eeuw heeft er een verkeerde opinie geleefd, volgens dewelke het gebruikelijk was om de "worm" van de tong en de staart weg te halen, en dit om de zogenaamde ziekte van jonge leeftijd of razernij te voorkomen of te genezen. Deze ontworming bestond uit het weghalen van een soort spilvormige pees onder de tong. Om de "worm" van de staart te verwijderen ging men over tot het wegnemen van de staart.

Deze "wormen"zij eenvoudigweg de pezige uiteinden van de spieren van de stuitbeentjes.In deze exclusieve functie als begeleider van de kudde, zijn er specialisaties te voorschijn gekomen en men maakt onderscheid tussen "lopers" en "richters". De loper komt en gaat voortdurend langsheen de flank van de kudde om te verhinderen dat de schapen de aangewezen grenzen overschrijden. De richter, of waakhond van de mens, houdt zich in de nabijheid van de herder: op het gegeven teken snelt hij vooruit naar dat dier dat zich van de kudde verwijdert of de grenzen overschrijdt. Deze hond is de best getrainde en de meest gehoorzame. Deze evolutie heeft zowel een vormelijke als psychologische weerslag gehad. In feite is het voor deze herdershond niet meer nodig om kracht, vermogen en onmisbare strijdlust te bezitten zoals zijn voorouders. Krachtig blijvend, zijn het vooral de psychologische kwaliteiten die hij naar voor moet brengen.
Georganiseerd door de Collie Club en de Club du Chien de Berger Belge, werden op 1 en 2 mei 1892 in de lokalen van de markten en slachthuizen in Cureghem-Brussel, wedstrijden voor herdershonden op schapen gehouden. Het waren de eerste wedstrijden voor herdershonden op het vasteland. Het voorbeeld van Brussel gevolgd door enkele andere landen, meer bepaald door Frankrijk en Duitsland, maar deze activiteit verdween heel vlug ten koste van de dressuur waarvan de eerste demonstratie gehouden werd op 12 juli 1903 te Mechelen. Sindsdien, draagt de dressur, d.w.z., het leren gehoorzamen van de hond, het speuren en het doorlopen van een traject met hindernissen, in plaats van het ontwikkelen van kracht, bij tot de waardeontwikkeling van de herdershond. Eén van de kwaliteiten die we niet uit het oog mogen verliezen, is dat de herdershonden, van alle honden, deze zijn met het grootste plichtsgevoel zijn.

Adolphe Reul, geboren te Braives op 7 juni 1849 en gestorven op 10 januari 1907 te Brussel, professor in de Zoötechniek aan de Staatsschool van Veeartsenij en stichtend lid van de Club du Chien de Berger Belge, vertelt ons in een passge gekozen uit zijn boek «Les Chien de Berger» (1893), wat er gebeurde in de vorige eeuw:
"Er was een tijd toen België, in vergelijking met zijn relatief klein grondgebied, in het bezit was van een vrij groot aantal honden, die bestemd waren voor de begeleiding en bewaking van kuddenDoor de daling van de prijzen van de wol en van het schapenvlees, een onvermijdelijk gevolg van de verpletterende en ruïnerende concurrentie die Argentinië en Australië onze oorspronkelijke producenten aandoen, en door de uitbreiding van de productie van katoen en de vooruitgang gerealiseerd op landbouwgebied die de opheffing van het verouderde systeem van braakland met zich meebracht, werd het aantal en dus ook het belang van de kudden schapen fel verminderd.

Wanneer we de algemene tellingen nagaan, dan waren er in 1836 ongeveer 969.000 schapen, in 1856 waren er dat 583.000 en nog slechts 365.000 in 1880. Het was vooral in de Kempen en in Wallonië dat schapen gefokt werden.

Het fokken van schapen leverde niet enkel voedingswaren op (vlees, boter, kaas en melk),
maar ook wol en meststoffen.

De huiden leverden leder aan de perkamentfabriek, de zadelmakerij, de boekbinderij, de handschoenenfabriek en aan de schoenmakerij. De beenderen werden gezocht voor het boenen van marmer, het vet of de talk werd gebruikt voor de verlichting.

Als gevolg van de vernieuwing van de landbouw en door het feit dat de bevolking zich meer en meer richtte naar de stad, werden de grote vlakten vanaf de 19e eeuw aan hun lot overgelaten. Het fokken van schapen was niet langer winstgevend omwille van het gebruik van chemische meststoffen en de invoer van fijn en goedkopere wol.n en zelfs troepen ganzen, want het land fokte en hield voor de wol een groot aantal schapen.

In de 19e eeuw zag men de opkomst of geboorte van de katoenspinnerijen. Deze nieuwe en gemechaniseerde industrie werd door de Gentenaar Lieven Bauwens ingevoerd vanuit Engeland. De herdershonden waren in steeds grotere mate aanwezig. De bewaker van onze kudden, eenvoudig, moedig, en vooral intelligent, een kwaliteit die niemand ontkent, heeft zich omgevormd tot waakhond, hond van het neerhof, van de boerderij, reddingshond, politiehond en speurhond, blindenbegeleider, lawinehond in Zwitserland of ook nog als gezelschapshond.In de grensstreek tussen Vlaanderen en Frankrijk, werd de Belgische Herdershond en vooral de Mechelaar gebruikt voor het smokkelen van tabak, een meedogenloos beroep dat hun karakter tekende. In zijn roman «La maison dans la dune» beschrijft Maxence van der Meersch, geboren te Roubaix, met veel details het leven van de smokkelaars en in het bijzonder dat van Tom, een Tervueren die men naar Belgie deed overkomen en dewelke men daar laadde met achttien kilo goederen. Zijn dood was gewelddadig zoals van allen die dit beroep uitoefenden.In een Franse handleiding, die niet kon worden geïdentificeerd, verschenen tijdens de oorlog van 1914-1918, zijn de volgende uitspraken:
In de speciale hondenpers, heeft men overlegd om een begindatum aan te wijzen voor het praktische gebruik van de hond, andere dan de jachthond en de waakhond of begeleider van de kudden schapen. De eer van dit nieuw gebruik, komt de Belgen toe. Het is vooral als sportieve ontspanning dat de Belgen zich interesseren voor de de dressuur van waak- en verdedigingshonden.
Het is in dit land dat de "politiehond" is geboren, en uit de politiehond is de oorlogshond geboren, de waakhond, de estafettehond, de speurhond en de Rode Kruishond."

De herders-, verdedigings- en aanvalshond, is een uitvinding van de mens. Hij is hoogstens waakhond van nature uit. Sommigen zijn eveneens trekhonden geweest, maar deze taak was eerder weggelegd voor de Belgische trekhond die men gewoonlijk de Vlaamse waakhond noemde, omtrent dit ras heeft professor Reul eveneens een werk geschreven. De waakhond was een zeer sterke hond, atletisch gebouwd met een indrukwekkend spierenstelsel. Hij was ongeveer 76 to 80 cm hoog en zijn gewicht schommelde tussen 45 en 50 kilo. Deze honden zijn verdwenen aangezien de Belgische wet het inspannen van honden verbied. Sinds de wapenstilstand van de Grote Oorlog, was dit ras reeds gedoemd te verdwijnen, waarschijnlijk omdat de waakhond een grote eter was en dat het fokken dus sterk belastend bleek. Het was een feit dat grote en zware waakhonden vlug bezweken onder de hitte. Het is onbetwistbaar een groot verlies voor ons genetisch patrimonium.

Een interessante bemerking is, dat men naast de St-Hubertushond, die een heel apart en zeer gekenmerkt type is dat op geen ander gelijkt, in België geen jachthonden, noch terriërs aantreft. Er zijn er nochtans geweest maar deze zijn volledig verdwenen en men spreekt er reeds lang niet meer over.
In het zeer mooie geïllustreerde werk «Les Races de Chiens» (1891-1894), heeft professor Reul vijf pagina's gewijd aan de Belgische jachthond (Braque Belge) met een gedetailleerde beschrijving en vervolledigd met een ets getekend door L.van der Snickt.

De Belgische Spaniel werd in deze termen bedacht: "Zijn ras bevindt zich volledig op de weg met een zeer steile helling die rechtstreeks leidt naar de verdwijning en de vergetelheid."In die tijd keek men vooral toe hoe de Engelsen het deden, zowel voor de jachthond als voor de herdershond. De staande griffon en de Belgische poedel zijn eveneens verdwenen.
Onder de kleine rassen heeft België de Brusselse griffon, de Belgische griffon, de kleine Brabander, het Schipperke, het Vlinderhondje met schuin gedragen oren en de Dwergspaniel met vallende oren. De herders en de landbouwers zochten en selecteerden de dieren met het grootste uithoudingsvermogen (dus niet met snelheid), en voorzien van een goede weerstand tegen het koude en vochtige klimaat van West Europa.
De beharing en de kleur van het haar, de hoogte en het gewicht, de houding van de staart, al deze aspecten waren de minste van hun zorgen, zodat er geen eenvormigheid bestond. In zijn werk over de Natuurlijke Geschiedenis (1848) beschrijft Julien Deby de gewone herdershond (canis domesticus) als volgt:

"Van middelmatige grootte; de vorm minder ruw dan pezig; scherpe neus; lange vacht en ruig op het lichaam en de ledematen; zwart van kleur met vaalrode vlekken, soms helemaal vaalrood of helemaal zwart; halfhangende of rechtopstaande beweeglijke oren; niet gekrulde staart; langwerpige muil; opmerkelijke intelligentie; eerder wild instinct. Iedereen kent dit dier, zijn gewoonten en kwaliteiten. Men ziet er ook met een eerder korte en gladde beharing en andere met een samengeklitte en veel langere vacht; deze laatste is de Brabantse Klotterhond.



Laatst aangepast op zaterdag, 18 december 2010 11:32  
Aantal Bezoekers

Webmaster Geert Fokkens